Samen voor ieder kind
Sia Dallinga – Ontwikkelgemeenschap
Sia Dallinga ziet kinderen soms al vanaf hun eerste maanden opgroeien. Eerst op de dagopvang, daarna op school en vervolgens op de BSO. Juist die lange lijn maakt volgens haar duidelijk hoe belangrijk de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs is.
“Wij zien kinderen letterlijk groeien en bloeien”, vertelt Sia, unitmanager bij Dak kindercentra. “Daardoor hebben we vaak al veel kennis over een kind voordat het naar school gaat. Die informatie kan van grote waarde zijn voor een goede start. Een warme overdracht en het delen van informatie over het welbevinden en de ontwikkeling van een kind zorgen ervoor dat een kind zich veilig en vertrouwd voelt, of het nu op school is of op de opvang.”
Voor Sia draait een ontwikkelgemeenschap om het bundelen van krachten. “Alle partijen die om een kind heen staan, hebben hun eigen expertise. Het is belangrijk dat je daar gebruik van maakt en begrip hebt voor elkaars rol.”
Dat ziet zij dagelijks terug in de samenwerking met school. Zeker bij kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, zoeken kinderopvang en onderwijs elkaar actief op. “We moeten niet allemaal op ons eigen eilandje het wiel opnieuw uitvinden. Samen kijken we: wat heeft dit kind nodig en wat hebben de ouders nodig?”
Het mooiste aan haar werk vindt Sia dat zij kinderen jarenlang mag volgen. Ze ziet hoe jonge kinderen zich ontwikkelen, zelfvertrouwen opbouwen en steeds zelfstandiger worden. “We hebben kinderen gezien die binnenkwamen zonder Nederlands te spreken en die nu op de havo zitten. Dat is prachtig om mee te maken.” Als ze vooruitkijkt naar 2035, hoopt Sia dat er veel integrale kindcentra zijn die toegankelijk zijn voor alle kinderen. “Dat we met elkaar rondom het kind blijven staan en ieder vanuit onze eigen expertise bijdragen aan een mooi ontwikkelklimaat. Want uiteindelijk verdient ieder kind dezelfde kansen om zich te ontwikkelen.”

“Alle partijen die om een kind heen staan, hebben hun eigen expertise. Het is belangrijk dat je daar gebruik van maakt en begrip hebt voor elkaars rol.”
Sia Dallinga, unitmanager bij Dak kindercentra
Gönül (12 jaar) gaat haar grote zus achterna die net eindexamen heeft gedaan op Maris Bohemen. Haar jongere broer en zus zitten nog op haar basisschool. “Mijn tijd op de basisschool is heel snel gegaan. Het lijkt nog kort geleden dat ik in groep 4 zat. Ik heb hier vrienden gemaakt, ook van andere jaren. Ze blikt terug op de hoogtepunten uit haar schooltijd: “Ik heb een leuke tijd gehad. Groep 8 was leuk, vooral het kamp. We hebben allerlei opdrachten gedaan, een speurtocht, gezwommen in een rivier, de bonte avond met disco. Waterpret hier op school met warme dagen vond ik ook altijd leuk.”
Gönül heeft eigenlijk geen verbeterpunten voor de school. “De lessen waren fijn, ik heb altijd goede uitleg gekregen. Meester Kevin heeft mij heel erg geholpen met rekenen. Door zijn uitleg ben ik het echt gaan begrijpen, daarvoor vond ik rekenen moeilijk.”
Gönül zit nu op dansles na school. Eerst voetbalde ze, daarmee kwam ze in aanraking door de naschoolse activiteiten die werden georganiseerd. Het lijkt haar ook leuk als K-pop dansen als naschoolse activiteit wordt aangeboden. “Voor de oudere kinderen is dat leuk. Thuis leer ik dat nu soms via Youtube. Volgens mijn moeder kan ik goed dansen. Vorige week heb ik nog opgetreden met mijn dansschool.”
Waar Gönül beter in wil worden is zingen. “Bij mijn middelbare school hebben ze ook naschoolse activiteiten, Dan wil ik graag zingen.”
Als we haar vragen wat ze later wil worden, zegt ze vastberaden: “K-pop zangeres.”
Haags openbaar onderwijs
Benieuwd wat Karen de kracht van openbaar onderwijs vindt en hoe Ali dat beleeft in de klas?