Samen terugkijken met
de blik op morgen

2021 was geen makkelijk jaar. De coronapandemie zorgde voor een jojo-effect. Hierdoor kwam het lerarentekort als structureel probleem extra in reliëf te staan. Het was voor iedereen roeien met de riemen die je had. Kinderen zaten regelmatig thuis zodat afstandsonderwijs het nieuwe normaal werd. Je kunt de cijfers hierover nalezen in het Jaarverslag 2021. Wat daar minder uit blijkt, is hoe de medewerkers die dagelijks op de frontlinie staan, met de uitdagingen van 2021 omgingen. Wij wilden dat graag weten. Niet om achteruit te kijken, maar om te peilen hoe mensen zijn gegroeid en hoe hun visie voor de toekomst is aangescherpt.

Divers talent

Aan tafel zit een gemêleerd gezelschap. Voormalig actrice Katarina Justic is zijinstromer in het onderwijs. In januari 2021 werd ze leraarondersteuner bij De Haagse Scholen en inmiddels staat ze fulltime voor groep 6 op binnenstadsschool De Springbok, omdat ‘dat de populatie is die me interesseert’. Ze combineert haar nieuwe baan met een Pabo-studie die ze over 1,5 jaar hoopt af te ronden.

Kirsten Lems heeft een achtergrond in HR en sociologie. Daarbij ging haar interesse uit naar sociale ongelijkheid. Na zes jaar te hebben lesgegeven in het voortgezet onderwijs is Kirsten onlangs bij De Haagse Scholen begonnen. Sinds september 2021 houdt ze zich op het bestuurskantoor bezig met onder andere kansengelijkheid en lerarentekort. Ze omschrijft lerarentekort als ‘complex en urgent’ maar gelooft ook dat ‘we met elkaar veel weten en kunnen’.

Jorrit Koop werkt van de vier gespreksdeelnemers het langst bij De Haagse Scholen. Zijn standplaats is Inspecteur De Vriesschool, een school in het voortgezet speciaal onderwijs. Hij heeft het daar naar zijn zin en voelt zich thuis bij de doelgroep, moeilijk lerende kinderen. In kleine groepen trekt hij met zijn leerlingen op om vooral sociale vaardigheden onder de knie te krijgen.

Monique Rijnsburger, twee jaar geleden begonnen bij De Haagse Scholen, is schooldirecteur van OBS Houtrust in de Vogelwijk en is lid van de stuurgroep DHS-lab en jurylid van de ‘Innovatievonk’, een innovatie-initiatief van De Haagse Scholen met als doel het onderwijs te verbeteren. Ook is ze sinds een maand waarnemend directeur van de Galvanischool. ‘Ik ben blij hier te werken’, zegt Monique, ‘omdat er allerlei mogelijkheden zijn om je te ontplooien’.

De Haagse Scholen is een grote scholengroep. Het is dan ook geen wonder dat Katarina, Jorrit, Kirsten en Monique elkaar nog niet eerder hebben ontmoet. Maar onwennig? Helemaal niet! Terwijl de fotograaf bezig is, gaat het gesprek al snel van koetjes en kalfjes over op het onderwerp leren, een passie die ze alle vier delen. Ze wisselen ervaringen uit en al snel komen ze uit bij de mogelijkheden en uitdagingen van onderwijs anno 2022.

Bij zijinstromers zou er meer gebruik gemaakt moeten worden van de kennis van hun vak en die integreren in hun rol als leraar. Ze hebben met hun vroegere werkervaring kinderen veel te bieden.

Katarina Justic

Oude koeien

Begin dit jaar was de coronapandemie ineens oud nieuws. Alles kon en mocht weer. Iedereen wist niet hoe snel ze de ellende moesten vergeten om het gewone leven weer op te pakken. Terugkijken op corona voelt dan ook bijna als oude koeien uit de sloot halen. ‘Ik moet even graven hoor’, zegt Jorrit, ‘was er weer een sluiting rondom kerst vanwege corona?’ ‘Jazeker, we waren een week dicht,’ valt iedereen Jorrit in de rede. ‘Misschien komt het bij mij doordat mijn leerlingen in kleine klassen les krijgen en ook behoefte hebben aan een – letterlijk – schouderklopje. Het afstand houden had ik noodgedwongen dus allang opgegeven. Daarom moet ik nu hard nadenken om me alles te herinneren’.

‘Ik begon als zijinstromer toen covid-19 losbarstte. Ik weet dus niet beter, zegt Katarina. Corona was voor mij het ‘nieuwe normaal’. Bovendien zat er voor mij ook een positieve kant aan. Door corona maakte ik veel van dat online thuisonderwijs mee. Dat prikkelde me. Ineens wilde ik ook lesgeven’.

Het blijkt dat ook de twee anderen vooral positief uit de pandemie zijn gekomen. Voor Kirsten, bijvoorbeeld, was haar eerste werkdag meteen een teamdag. ‘Sommigen medewerkers hadden elkaar bijna twee jaar alleen maar 2D via een scherm gezien, maar ik mocht gelijk 3D beginnen, zeg maar. Wel fijn, want op de scholen draaide alles door, maar op het bestuurskantoor zaten we periodes echt volledig thuis.’ Eén positieve uitkomst voor Kirstens team is dat ondanks de blijvende hybride werkvorm het voltallige team voortaan op maandag aanwezig is op kantoor.

Als schooldirecteur gaat Monique nog even in op de uitdagingen die corona met zich meebracht voor haar team: ‘Ik ben iemand die graag samenwerkt met mijn team. Dit werk kun je niet zonder elkaar klaren. Starten met een nieuwe baan in coronatijd en dan in verbinding komen met je nieuwe team was een uitdaging. Daarnaast ben je de hele dag bezig met regelen, klassen bemensen en ouders informeren zodat mijn passie als onderwijskundig leider niet tot z’n recht kwam’. Terwijl ze herinneringen ophaalt, kijkt ze positief terug: ‘Toch hebben we eigenlijk wel veel opgepakt als team. De recente positieve feedback als gevolg van een audit van onze school bevestigt dat alleen maar’.

Onderwijzers zijn er niet goed in om aan de bel te trekken. Eigenlijk zouden we gewoon moeten zeggen: ik ben nu klaar voor vandaag, ik ga naar huis. We zouden elkaar daarin ook de ruimte moeten geven.

Jorrit Koop

Leerachterstand

De gesprekspartners kijken ook anders aan tegen de door covid veroorzaakte leerachterstand waar in de media regelmatig over gesproken wordt. Leerachterstanden wegwerken? We kunnen eindelijk weer sociaal zijn. Daar gaat het eigenlijk om. ‘Op cognitief vlak zijn er niet echt achterstanden’, vindt Monique. ‘Als ik bijvoorbeeld naar Cito-scores kijken, is er niet echt een probleem. Maar op het sociaal-emotionele vlak merk je wel dat er aandacht nodig is. De kinderen moesten weer leren om goed samen te werken en bij het buitenspelen is er weer even extra aandacht besteed aan: ‘Hoe los je een akkefietje op?’

Jorrit beaamt volmondig dat het sociale aspect veel zwaarder weegt. ‘Onze kinderen leren sowieso moeilijker. Dingen samen doen is wat ze zo nodig hebben en daar probeer ik nu de nadruk op te leggen. Cognitieve aspecten zijn wat minder belangrijk bij mijn leerlingen, het  gaat  vooral om sociale en praktische vaardigheden’.

‘Alles is natuurlijk nieuw voor mij als zijinstromer’, zegt Katarina. ‘Op vergaderingen hoor ik dat er meer aandacht moet zijn voor dit of dat. Ik zie ook wel dat sommige leerlingen achter lopen met bepaalde kennis, maar omdat ik ben begonnen tijdens corona weet ik niet altijd of dat komt door de gemiste schooltijd tijdens corona of dat ze dat cognitief nog niet beheersen. Het is belangrijk om daar nu achter te komen. Verder vind ik het prettig dat er vanuit de directie geen druk wordt uitgeoefend om de kinderen nu ineens hoger te laten presteren’.

‘Op mijn werkplek heb ik natuurlijk een bestuursbreed perspectief en dan moet ik zeggen dat we toch wel een achterstand bij vooral het jonge kind waarnemen’, zegt Kirsten, ‘Ik hoor met name geluiden van de binnenstadsscholen. Pedagogische medewerkers merken dat de taal erg is achtergebleven. Bij kinderen waar thuis een andere taal wordt gesproken staat de ontwikkeling van het Nederlands gewoon stil’. ‘Inderdaad’, zegt Monique, ‘de vooral Nederlandstalige ouders van ‘mijn’ kinderen zijn daarin wel vaardig genoeg’. ‘Als je naar kansengelijkheid kijkt, ben ik dan ook bang dat de verschillen alleen maar groter zijn geworden’, concludeert Kirsten.

We kunnen het onderwijs ook anders inrichten. Denk bijvoorbeeld aan unitonderwijs waarbij groepen voor een vak samengevoegd worden of kunst- en cultuuronderwijs door mensen van buitenaf.

Kirsten Lems

Lerarentekort

Covidvarianten komen en gaan, maar het lerarentekort is inmiddels structureel een enorme uitdaging. ‘Het probleem is inderdaad groot’, zegt Kirsten. ‘In de grote steden is het best wel heftig. Het is deels verborgen omdat vacatures op een andere manier worden ingevuld. Verborgen vacatures dus omdat alle klassen wel gewoon bemenst zijn. Soms staan onbevoegden voor de klas. Let wel: onbevoegd betekent niet onbekwaam. Maar ook directeuren en onderwijsassistenten vallen in’. ‘De ironie is dat hier ooit gelden voor vrij zijn gekomen’, vult Monique aan. ‘Onderwijsassistenten en leraarondersteuners werden aangenomen voor extra handen in de klas, voor de begeleiding van een individuele leerling, of assistentie van de leerkracht bij de lessen. Doordat de onderwijsassistent, of leraarondersteuner door het lerarentekort nu soms zelf voor de klas staat, is er minder extra begeleiding in de groep en blijft er werk liggen.

Het lerarentekort vertaalt zich ook in een hogere werkdruk voor de leraren die er zijn. ‘Ik merk dat het eigenlijk best spannend is om zowel les te geven als te studeren’, vult Katarina vanuit haar eigen ervaring aan. ‘Er wordt een enorm beroep op je gedaan, de vraag vanuit de Pabo’s is enorm hoog gecombineerd met het werk dat je al doet als leerkracht. Je hoort dat zijinstromers afhaken. In mijn groepsapp zie ik ook regelmatig opmerkingen over werkdruk voorbijkomen. Ik heb zelf al een keer aan de bel moeten trekken’.
Wat gek blijft is dat elke Pabo zelf zijn zijinstroomtraject kan bepalen. Daar zou toch echt iets landelijks over moeten worden afgesproken. Sowieso meer gericht op maatwerk: studie en praktijk. Het lerarentekort heeft ook effect op de werkdruk en de onderlinge verwachtingen bij het personeel. ‘Tja’, zegt Jorrit, ‘onderwijzers zijn er niet zo goed in om aan de bel te trekken. Eigenlijk moeten we gewoon zeggen: ik ben nu klaar voor vandaag, ik ga naar huis. En wij zouden elkaar daarin ook de ruimte moeten geven in plaats van dat er scheve gezichten komen’.

Dit vindt weerklank bij iedereen. ‘We praten wel over mensen in de zorg’, zegt Monique. ‘Terecht natuurlijk, maar met de mensen in het onderwijs is het net zo gesteld. Onderwijsgevenden moeten daarover meer met elkaar spreken’. Volgens Kirsten is het probleem de komende jaren nog niet opgelost: ‘We moeten innovatief en creatief aan oplossingen werken. En we moeten zowel nieuwe mensen werven als de huidige behouden. Onderwijsassistenten moeten we stimuleren om verder te professionaliseren.’ ‘Precies, ik ben lekker aan een master (Educational Needs specialisatie gedrag) bezig op dit moment’, zegt Jorrit enthousiast. ‘Een ideale combinatie met mijn leraarschap. En het kan dankzij de onderwijsassistenten’.

‘Ook kunnen we onderwijs anders inrichten’, gaat Kirsten enthousiast door vanuit haar specialisme. ‘Denk bijvoorbeeld aan unitonderwijs waarbij groepen voor een vak samengevoegd worden. Ook zou kunst- en cultuuronderwijs gegeven kunnen worden door mensen die van buitenaf aangetrokken worden.’ Katarina vult mooi aan vanuit haar expertise als voormalig actrice: ‘Volgens mij zou bij zijinstromers veel meer een poging gedaan moeten worden om de kennis van hun vak te integreren in hun rol als leraar’. Iedereen is het daar van harte mee eens. Monique: ‘Regeren is vooruitzien, maar in het landelijk onderwijsbeleid zie je dat helaas niet altijd terug’.

‘Het DHS-lab is een platform om samen te werken aan onderwijsinnovatie, door te inspireren, ideeën op te doen en initiatieven te delen.’

Monique Rijnsburger

Vonken

Ondanks frustratie en zorg over de werkdruk in het onderwijs als gevolg van het lerarentekort, overheersen optimisme en toekomstperspectief. Als er iets is dat De Haagse Scholen belangrijk vindt dan is het wel dat van onderaf en schoolbreed initiatieven worden genomen om op nieuwe innovatieve manieren aan onderwijs vorm te geven. Vanuit haar functie als jurylid van de Innovatievonk vertelt Monique enthousiast over de hub van vernieuwing, DHS-lab: ‘Het DHS-lab is een platform binnen De Haagse Scholen voor vernieuwing in het onderwijs. Het is een plek om aan nieuwe ideeën te werken, out of the box te denken, zolang ze maar passen bij de visie en beloften van De Haagse Scholen. De Innovatievonk is onderdeel van het DHS-lab’.

‘Wat zijn die Innovatievonken dan’, vragen de anderen. ‘Zie je wel, ik was al bang dat dit project nog onvoldoende bekend is bij collega’s. Daar moeten we nog aan werken. Monique legt vervolgens uit wat de Innovatievonk is: ‘Eénmaal per jaar kan een school, of groep scholen met een nieuw innovatief idee een ‘Innovatievonk’ aanvragen. Het innovatieve idee kan worden ingediend door: leerlingen, leerkrachten, schooldirecteuren enzovoorts. De jury van de Innovatievonk, die bestaat uit drie leden van het DHS-lab en een kinderjury, beoordeelt de inzendingen op innovativiteit en haalbaarheid en bepaalt of het idee in aanmerking komt voor een vonk. De bedoeling van de Innovatievonken is om de scholen de mogelijkheid te geven om hun innovatieve idee met het extra verkregen geldbedrag en begeleiding in school in te voeren. De leden van het DHS-lab zien dat de scholen, ondanks de ’struggles’ tijdens corona, het initiatief hebben genomen om een innovatief plan in te dienen en daar zijn wij blij mee.

Het gesprek over vernieuwing alleen al laat de vonk van enthousiasme voor het onderwijs van de toekomst overspringen op de anderen. Jorrit wil die studie afmaken en er ‘met zijn leerlingen en collega’s leerzame jaren van maken’, Katarina beaamt dit: ‘Ik wil dat Pabo-diploma halen zodat ik hardop kan zeggen dat ik dit werk doe’. Kirsten ziet er naar uit om zich samen met de collega’s in de scholen en op het bestuurskantoor in te zetten voor verandering, maar dan graag ‘niet vanuit de nood, maar vanuit een heldere visie’. En last but not least heeft Monique de wens om met haar team het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) verder uit te werken en te ontwikkelen en wil ze graag ‘bovenschools meedenken om het lerarentekort op te lossen’.

Een terugblik op het jaar 2021

Een uitgebreide terugblik op het jaar 2021 heeft De Haagse Scholen gevat in het Jaarverslag 2021. ​​​​​​​Benieuwd naar de verantwoording over ons gevoerde beleid, of geïnteresseerd in de cijfers?

De Haagse Scholen maakt gebruik van cookies om de bezoekers van onze website de best mogelijke ervaring te bieden en voor het analyseren van bezoekersgedrag waarmee we onze website kunnen verbeteren.